Paardenbloemen en brandnetels staan bij veel tuinbezitters hoog op de lijst om zo snel mogelijk verwijderd te worden, maar beide planten spelen een belangrijke rol voor insecten. Paardenbloemen bloeien vaak al vroeg in het jaar, precies wanneer er weinig andere bloemen beschikbaar zijn voor hongerige insecten na de winter.
Brandnetels worden door verschillende vlindersoorten gebruikt om eitjes op te leggen, en de rupsen die daaruit komen, eten uitsluitend van deze plant. Zonder een plekje brandnetel ergens in de buurt verdwijnen deze vlinders simpelweg uit de tuin, ook al is de rest van de border nog zo kleurrijk.
Een bewust hoekje in plaats van overal
Het is niet nodig om de hele tuin over te laten aan deze planten. Eén hoekje, bijvoorbeeld achter een schuur of langs een schutting, is al genoeg om insecten iets te bieden zonder dat de rest van de tuin er verwilderd uit gaat zien.
Door dat hoekje bewust te kiezen en er verder niets aan te doen, ontstaat een plek die met de seizoenen verandert en steeds weer nieuwe bezoekers trekt. Het contrast met de rest van de nette tuin maakt dat plekje juist extra waardevol voor wie goed oplet.
Na een tijdje wordt zo'n hoekje vaak een vast onderdeel van de tuin waar niemand meer aan twijfelt. De paar wilde planten die er staan, blijken achteraf een van de grootste bijdragen aan het insectenleven in de hele tuin.
Wie de planten toch iets in toom wil houden, kan ervoor kiezen om ze pas na de bloei terug te snoeien, zodat insecten eerst de kans krijgen om er gebruik van te maken. Zo blijft het hoekje verzorgd ogen zonder dat het zijn waarde voor de tuin verliest.
Buren die de wilde planten in eerste instantie vreemd vinden, raken er vaak aan gewend zodra ze zien hoeveel vlinders en bijen erop afkomen. Een klein gesprek over de reden achter het hoekje neemt meestal alle twijfel weg.