Tegen het einde van de zomer, wanneer de meeste vroege bloeiers al zijn uitgebloeid, wordt het steeds moeilijker voor insecten om nog voldoende voedsel te vinden. Toch zijn er op dat moment nog volop bijen, hommels en vlinders actief, die net als in het voorjaar dringend behoefte hebben aan nectar.
Laatbloeiende planten vullen precies dat gat op in het aanbod van de tuin. Ze bloeien wanneer de meeste andere planten al lang zijn uitgebloeid en bieden daardoor een onmisbare voedselbron in een periode waarin insecten het anders veel moeilijker zouden hebben.
Spreiding zorgt voor een langer seizoen
Door bewust te kiezen voor een mix van vroege, middenseizoen- en laatbloeiende planten, blijft er de hele tuinseizoen door iets te vinden voor insecten. Een tuin die alleen in mei en juni bloeit, laat insecten in september feitelijk in de kou staan.
Verwelkte bloemen van vroege planten mogen gerust blijven staan in plaats van meteen te worden weggeknipt, want soms komen er nog laat in het seizoen onverwacht nieuwe knoppen bij. Dat geduld levert vaak meer bloei op dan een tuin die steeds strak wordt bijgehouden.
Een border met laatbloeiers wordt in september vaak een van de drukste plekken van de hele tuin, precies op het moment waarop de rest van de tuin begint te verkleuren en tot rust te komen voor het najaar.
Het loont om bij het uitkiezen van nieuwe planten in het voorjaar bewust ook naar de bloeitijd op het etiket te kijken, in plaats van alleen op kleur of vorm te letten. Zo groeit de border geleidelijk uit tot een geheel dat het hele seizoen iets te bieden heeft.
Vlinders die laat in het seizoen nog actief zijn, hebben vaak een lange vlucht voor de boeg voordat ze een overwinteringsplek vinden, en elke extra voedselbron onderweg vergroot hun kansen. Een border met laatbloeiers in de eigen tuin kan op die manier net het verschil maken voor dieren die passeren.